Geschreven door: Robbert de Vrieze
Maatschappelijk ontwerper & architect

Er gebeurt iets geks met mij als ik in de buurt van mijn huis kom. Normaal gesproken bekijk ik de stad met een professionele, betrokken blik. Maar als ik dichter bij huis kom, reageer ik anders: emotioneler, soms onredelijk, maar ook veelomvattender en met meer urgentie. Om de hoek van mijn huis, in het buurtje Schans-Watergeus, zoek ik naar de raakvlakken, schuurplekken en synergie tussen het lokale en het globale perspectief.

Overal in de wereld vliegen door de mens opgetuigde systemen uit de bocht. Met onder andere een financiële, een grondstoffen-, een migratie- en een klimaatcrisis tot gevolg. De politiek – zowel op globale en Europese, als op landelijke en gemeentelijke schaal – lijkt niet bij machte om oplossingen te bieden voor de grote uitdagingen die deze crises opleveren. Gegijzeld door trage bureaucratie, electoraal escapisme en medialogica wordt er aan knopjes gedraaid, maar blijven fundamentele en noodzakelijke transities achterwege.

Nieuwe maatschappij

De schaal van de buurt is interessant omdat daar alles bij elkaar komt. Hier ontmoeten alle kokers en schotten, alle beleidsterreinen en spreadsheets elkaar in hun integrale (on)samenhang. Hier vind je ook één van de drijvende krachten achter de opkomst van lokaal bewonersinitiatief: “Dit werkt niet, laten we er samen wat aan doen”. Al deze lokale initiatieven – van gemeenschapstuin tot zelfregiehuis en klimaatstraat – laten zich lezen als prototypes van een nieuwe maatschappij. Waar de verhoudingen tussen werk, waarde, welzijn en de gebouwde omgeving in deze tijd van transitie opnieuw gedefinieerd worden.

Status quo

Mijn persoonlijke toetssteen is het buurtje Schans-Watergeus, ingeklemd tussen Historisch Delfshaven en het Dakpark. Een buurtje waar een opeenstapeling van verschillende krachten ervoor zorgt dat het, in contrast met de bordkartonnen façade van Historisch Delfshaven, voelt als een getto. Er is tien jaar geen onderhoud gepleegd wegens pre-crisis sloopgedachten terwijl woonlasten bleven stijgen. Op een schamel en stenig speelpleintje, op de plek van een wond in een bouwblok, wordt gedeald en de politie geïntimideerd. Een ophoping van kwetsbare doelgroepen (ex-verslaafden, mensen met psychische problemen, daklozen) maakt de buurt vatbaar voor ondermijnende criminaliteit. Allerlei verkokerde institutionele programma’s en noodverbanden, van gemeente, politie en corporatie, legitimeren de status quo.

Caleidoscopische blik

De afgelopen tien jaar ben ik dit buurtje vanuit verschillende perspectieven gaan doorgronden. Als bewoner, academiestudent, initiatiefnemer van WIJ Delfshaven, gebiedscommissielid, bestuurslid van Delfshaven Coöperatie, aanjager van coöperatieve gebiedsontwikkeling, RAvB-gastdocent, ontwerper en opdrachtgever. Vanuit deze caleidoscopische blik zie je waar de huidige systemen vastlopen en waar energie en urgentie zit voor vooruitgang: in het koppelen van lokale initiatieven aan institutionele ambities, het slimmer inzetten van geldstromen in de wijk zodat de wijkeconomie veerkrachtiger wordt, het versterken van lokale zeggenschap en (doe-)democratie, het benutten van sociaal ondernemerschap om globale uitdagingen lokaal te adresseren en het werken aan duurzame samenwerkingsverbanden en inclusieve governance.

Ontwerpkracht

Als je de buurt op een dergelijke manier als broedplaats kunt zien, opent zich een veld waarin architectuur en stedenbouw hun verloren connectie met de maatschappij kunnen hervinden. Door ruimte te maken voor zelfvoorzienende en circulaire systemen op het gebied van energie, voedsel en materiaal. Door plekken te ontwerpen voor ontmoeting, wijk-leren en lokale productie. Door te plannen voor diversiteit en resilience van het stedelijke ecosysteem. De buurt is een spannende speeltuin waar ontwerpkracht nieuwe perspectieven op de toekomst kan laten zien. Duik erin! En maak het verschil.

Deze column verscheen in Huig Magazine #18, Rotterdamse Academie van Bouwkunst.

test